Wie buiten de eurozone op vakantie gaat, pakt vaak automatisch de creditcard. Handig bij het huren van een auto of het boeken van een hotel, maar elke betaling in dollars, ponden of baht kan je meer kosten dan je denkt. Niet door de prijs op het bonnetje, maar door de koers en de toeslag die je bank of kaartmaatschappij erbovenop rekent.
Tegenwoordig zijn er ook reispassen en digitale banken die lagere of geen valutakosten beloven. Is die klassieke creditcard met valutatoeslag dan nog wel nodig? Het antwoord hangt af van hoe je reist, maar vooral van iets dat je zelf kunt controleren: wat je per betaling werkelijk kwijt bent.
Waar de verborgen kosten zitten
Bij een betaling in vreemde valuta spelen meestal twee dingen. Eerst wordt het bedrag omgerekend naar euro’s tegen een wisselkoers die de kaartuitgever of het betaalnetwerk hanteert. Daarna komt er vaak een opslag bij, de valutatoeslag. Bij veel traditionele creditcards ligt die toeslag rond de één à twee procent, maar dat verschilt per aanbieder.
Het lastige is dat die kosten niet altijd als aparte regel op je afschrift staan. Soms zijn ze verwerkt in een minder gunstige koers. Je ziet dan alleen een eindbedrag in euro’s en hebt geen idee welk deel daarvan echte omrekening is en welk deel marge.
Reispassen en digitale banken
Een reispas of de pas van een digitale bank rekent vaak om tegen een koers die dicht bij de middenkoers ligt, de koers die je op financiële sites ziet. Dat klinkt gunstig, en vaak is het dat ook. Toch zijn er voorwaarden. Sommige aanbieders rekenen in het weekend een extra opslag, omdat de valutamarkten dan dicht zijn. Anderen hebben een maximumbedrag per maand waarboven alsnog kosten gelden.
Ook geldopnames bij buitenlandse geldautomaten zijn een apart verhaal. Daar kan de pas zelf gratis zijn, terwijl de lokale automaat een vast bedrag inhoudt. Lees dus niet alleen de reclame, maar ook de kleine lettertjes over opnames en weekendtarieven.
Pas op voor omrekenen in euro’s
Een veelgemaakte fout gebeurt aan de kassa of bij de geldautomaat. Je krijgt de vraag of je wilt betalen in de lokale valuta of in euro’s. Dat heet dynamic currency conversion. Kiezen voor euro’s voelt vertrouwd, maar de koers die de winkel of automaat dan gebruikt is vaak flink ongunstiger dan die van je eigen bank.
Kies daarom bijna altijd voor de lokale valuta. Dan rekent je eigen kaartuitgever om, en die koers is in de meeste gevallen beter, ook als er een valutatoeslag bij komt.
Zelf narekenen met een actuele koers
Wil je weten wat je echt betaalt, vergelijk dan het bedrag op je afschrift met de actuele middenkoers van de dag van betaling. Een overzicht van wisselkoersen en een omrekentool vind je bijvoorbeeld op Dollar Koers, waar je de euro tegenover de dollar, het pond, de yen en andere valuta kunt opzoeken. Zo zie je in één oogopslag hoeveel het verschil is.
Een eenvoudige rekenmethode werkt goed:
- Noteer het bedrag in vreemde valuta, bijvoorbeeld 100 dollar.
- Reken dat om met de middenkoers van die dag.
- Vergelijk de uitkomst met het eurobedrag op je afschrift.
- Deel het verschil door het omgerekende bedrag voor je werkelijke opslag in procenten.
Heb je die creditcard nog nodig?
Voor dagelijkse uitgaven op reis is een pas met lage valutakosten vaak voordeliger. Maar een creditcard heeft andere voordelen. Autoverhuurbedrijven en hotels vragen vaak een borg die ze alleen op een creditcard willen blokkeren. Daarnaast bieden sommige creditcards extra bescherming bij aankopen of annuleringen.
Een praktische aanpak is daarom om beide mee te nemen. Gebruik de goedkope pas voor maaltijden, boodschappen en kleine betalingen, en houd de creditcard achter de hand voor borgsommen, noodgevallen en grotere boekingen waarbij die bescherming telt.
